De plussen en minnen van de SDE++

Om te voldoen aan de verplichtingen onder het Parijsakkoord van 2015, is het centrale doel van het nationale Klimaatakkoord om in 2030 de CO2-uitstoot met 49% terug te dringen (ten opzichte van 1990). De SDE+, de belangrijkste Nederlandse regeling als het gaat om duurzame energieopwekking, gaat daarom fundamenteel veranderen. Vanaf 2020 heet deze regeling SDE++ en heeft deze nieuwe kenmerken. Voordelige kenmerken voor sommigen, nadelige consequenties voor anderen. Waarom? Dat leest u hieronder.

Wat zijn de nieuwe kenmerken?

Het conceptadvies SDE++ 2020 van het Planbureau van de Leefomgeving verklaart dat de aanvragen vanaf volgend jaar gerankt zullen worden “op basis van hun maximale subsidiebehoefte per vermeden ton CO2-equivalent” (r.542). Dit houdt in dat de subsidie niet langer wordt berekend op basis van de hoeveelheid opgewekte energie, maar op basis van de hoeveelheid vermeden CO2-uitstoot. Het doel van de regeling wordt namelijk een zo kosteneffectief mogelijke CO2-reductie.

Daarnaast worden in de regeling ook nieuwe CO2-reducerende technieken opgenomen in de categorie ‘CO2-reductie: afvang en CO2-arme productie’. Voorbeelden hiervan zijn: Warmte koudeopslag in de glastuinbouw, warmtepompen, restwarmte en CSS (CO2-opslag). Naast CO2 bestaan de meetbare eenheden ook uit de broeikasgassen methaan en distikstofmonoxide, maar ook uit bijvoorbeeld kWh elektriciteit en warmte.

Per soort opwektechniek, officieel energiecomponent genoemd, wordt er een aparte formule opgezet om de hoeveelheid CO2 uitstoot te berekenen. De uitkomst hiervan is de emissiefactor. De emissiefactor van de nieuwe techniek wordt vergeleken met die van de traditionele fossiele brandstoftechniek en voilà, er is duidelijk hoeveel CO2 uitstoot er is vermeden.

Het SDE++ palet wordt dus uitgebreid. Aan de ene kant is dit gunstig, omdat u als ondernemer meerdere keuzemogelijkheden heeft, en meer opties om uw project op aan te sluiten. Maar voor bijvoorbeeld zonnepaneelinstallaties wordt de concurrentiepositie verzwakt. De zon-PV moet namelijk zijn plaats delen met nog meer andere concurrerende categorieën. Ook gaan de basisbedragen omlaag, wat kan betekenen dat de subsidie minder geld oplevert. Let wel: ook de installatie van zonnepanelen wordt naar verwachting betaalbaarder. Om de terugverdientijd precies te kunnen berekenen, verwijs ik u naar de SDE-tool, zodat u alle variabelen mee kunt nemen. 

Strategisch plannen

Hoewel de SDE++ een exploitatiesubsidie blijft, wordt het voor de ene ondernemer een gunstigere regeling, maar voor de ander betekent het minder goed nieuws. Mijn advies aan u zonnepaneelplanners: regel uw aanvraag nog dit najaar. Op 29 oktober 2019 gaat de laatste SDE+ ronde open zoals we die nu kennen en kunt u met een strategische inzet uw aanvraag indienen met goede kans van slagen. Wacht u tot volgend jaar, dan weten we dat basisbedragen een stuk lager zijn en de kans van slagen aanzienlijk gedaald zal zijn. Heeft u plannen voor een slim en innovatief CO2-reducerend project? Wacht dan tot volgend jaar en sla uw slag. In beide gevallen staat Balance graag voor u klaar.

Persoonlijk advies?